PEEK AT MY WEEK

De quarantaine ligt nu zo’n tien dagen achter ons. In vergelijking met een paar collega’s mag ik niet klagen over de gevolgen voor mijn gezondheid, veroorzaakt door de invasie van het beestje wiens naam begint met een C. Hoe ik dat organisme haat, er zijn geen woorden voor. Ik weet dat ik er niet alleen in sta.

Ik was een depressie nabij, maar de bevrijding kwam net op tijd. Hoe zalig is het om terug naar het werk te kunnen, de deur van mijn appartement te kunnen uitstappen, zomaar, omdat het kan, omdat het mag.

Op zaterdag 3 april trokken we naar de Bourgoyen. Ik schreef er een blog over trouwens, voor het geval je nog eens wil gaan kijken hoe het er daar uitziet? Ik voelde mij er als een jong veulen dat voor het eerst weer buiten mag na een lang verblijf in één of andere donkere stal. Het weer was niet om over naar huis te schrijven maar de verse lucht deed zo een deugd. ZALIG!!!

Op zondag 4 april mocht ons moeder nog eens buiten. Het mensje is 92, volledig gevaccineerd, maar het vergde mails en telefoontjes om mogelijk te maken dat ze nog eens buiten de WZC muren mocht komen. Ik ga er niet dieper op in want dat brengt me te ver. Laat me volstaan met te zeggen dat ik alle begrip heb voor de maatregelen, absoluut, maar dat het niet de bedoeling kan zijn dat elk individueel rusthuis dan ook nog eens persoonlijke strengere maatregelen gaat hanteren…. Erg. Echt héél erg. Ze moet na elke stap buiten de grenzen van het WZC ook een week in quarantaine… Echt waar. Enfin die zondag heb ik haar meegenomen naar huis, waar ze ook nog eens mijn kinderen kon zien, alles op gepaste afstand en mét mondmasker natuurlijk.

Taart gemaakt voor bezoek van oma

De werkweek vliegt voorbij, en geeft geen aanleiding tot buitengewone blogonderwerpen. Of misschien wel, maar de tijd ontbreekt mij gewoon.

Tot de vrijdag 9 april. We trokken er weer op uit voor een wandeling rond Doel. Ook daar blogde ik over. Heerlijk ook, fris maar zo deugddoend.

Op zaterdag ging ik voor het eerst shoppen op afspraak met mijn dochter. Ik had consumptiecheques ontvangen, als werknemer in de gezondheidszorg, en die wou ik in geen geval over tijd laten gaan. Dus trokken wij naar twee winkels, op afspraak. Eerst zoeken waar die cheques worden aanvaard, en dan een afspraak maken. Het ging allemaal vlot. We togen naar Lovendegem, bij Antes, en naar Merelbeke, bij Les femmes heureuses. En inderdaad, ik werd er helemaal heureuse van. Al kan ik niet geloven dat de winkeliers dit ook zo ervaren. Voor de klant is het een luxe: in alle rust kiezen en passen. Ik vond mijn gading, de cheques zijn op.

Tijdens de voorbije week werd ik voor de tweede keer gevaccineerd. Joepie!!!!

Mijn moeder viel en brak haar arm. 😦 Het duurde twee dagen voor ze doorhad dat het misschien toch iets meer was dan een kneuzing. Je kan nog een té hoge pijngrens hebben ook. Nu zit ze in de plaaster voor een hele tijd…

Ik kreeg een scan van de lever, omdat ik de laatste tijd graag minstens één keer per maand een scan heb… Duhhhh. De huisarts belde dat ik toch verder moest naar een specialist. Wel ja, deze kan er ook nog wel bij natuurlijk. Het houdt niet op de laatste tijd hier.

Gisteren gingen we nog eens een grote fietstocht maken. Veel wind, ijzig koud en in my face: ik raakte na een dertig kilometer bijna niet meer vooruit. Totaal uitgeput, zelfs met de elektrische fiets..Zou het C beestje toch iets hebben nagelaten?

Vreugde en verdriet, het zijn twee kanten van de medaille die het leven is. We krijgen van elk ons deel.

Keep the spirit up!! Doe ik ook!

LOLA

CORONA-COCON

Niet onverwacht, de nieuwe coronamaatregelen. Verstandige beslissing ook van onze regering, vind ik. Niemand wil half januari met een derde golf geconfronteerd worden.

Maar man, wat komt dit aan. Ergens had ik toch gehoopt op iets meer sociaal contact. Als in ALLE kinderen (inclusief pleegkind en kind van partner) thuis kunnen ontvangen. Niet dus.

Er is een volgens de letter van de corona-wet toegestane oplossing bedacht, maar het doet me toch wat.

Ik ben al niet de meest sociale mens op deze planeet.

Zo heb ik de meest hartstochtelijke hekel aan telefoneren. Het is bijna een fobie, vrees ik.

telefoonangst

Ik telefoneer dat het een lieve lust is op het werk, kan niet anders.

Maar in mijn privé leven lijkt het telefoontoestel een vreemdsoortig buitenaards wezen, dat liefst zo ver mogelijk van mij weg moet blijven. Eens ik toch aan de lijn ben, loopt het allemaal wel los, maar man, wat een gedoe om dat toestel op te nemen. Zoiets moet gepland worden, op het juiste moment, in alle rust. Niet normaal eigenlijk.

En een groot nadeel tijdens deze pandemie. Nu telefoneren één van de weinige manieren is om nog contact te houden met mensen die NIET je knuffelcontact zijn, zit ik met een probleem. Vroeger stapte ik op de fiets of in de auto en reed ik desnoods dertig kilometer om iemand te zien die ik wou zien. Om er mee te praten. Kan nu niet.

Enkel nog contact met partner, kinderen (op afstand), moeder (telefonisch, jawel, dat doe ik dan weer zeer minutieus) collega’s en patienten (op afstand). Let wel, ik ben eeuwig dankbaar voor deze contacten. Vooral dan voor die met partner, kinderen en moeder 😉 Die warmte doet me zoveel deugd!!

Maar het is ook een valkuil, of eerder een cocon. Ik nestel me er in. In de veilige liefdevolle warmte van ons appartement, in het wandelen en fietsen samen, in de contacten met de kinderen. In het lezen, series kijken, kokerellen. Allemaal zalige dingen, en zo blij dat ik ze heb en met iemand kan delen.

Maar zal ik die cocon nog kunnen openbreken NA corona? (Er komt een postcorona tijdperk toch?) Komt het oude normaal nog terug?

Ik weet het niet, niemand waarschijnlijk?

Dag per dag, zo gaan we verder. Dankbaar om het vele wat er wel nog is, dat wel.

Courage, het moest er eens uit.

LOLA

Rondje Brasschaat

Ons kot en de streek errond hebben we nu wel genoeg verkend, vonden we. Met alle bizarre versoepelingen de laatste tijd, waarbij de logica samen met de geloofwaardigheid van de virologen én de politici in het niets oplosten, vonden we dat we best de fietsen achter op de auto konden monteren om eens op een andere plek te toeren. Why not, als je godbetert je familie in Nederland en Duitsland mag opzoeken (terwijl er hier nog geen sprake is van uitbreiding van bubbels), én je bovendien boodschappen mag gaan doen over de grenzen heen. Steek je maatregelen waar de zon niet schijnt zou ik zeggen. Jullie hebben er met zijn allen zo’n boeltje van gemaakt dat zelfs ik, één van de meest gezagsgetrouwe burgers op deze planeet, de handdoek in de ring gooi. ( Dat het niet makkelijk is om zo’n crisis te managen, daar ben ik zeker van. Dat ik het niet beter zou doen, daar ben ik ook zeker van, maar ik ben dan ook niet aangesteld om de crisis te managen….) Enfin, soit. De cijfers gaan naar omlaag, en ik bid elke dag dat ze niet weer naar omhoog gaan.

Wij dus met de auto naar Brasschaat waar we, na een bezoekje aan een deel van onze vierkoppige bubbel, een schitterend toertje maakten.

Vertrekkend vanuit Mariaburg fiets je maximaal een kilometertje voor je door groen omringd bent, en met groen bedoel ik dan ook véél groen. Oude statige bomen, naaldbomen, rododendrons in volle pracht ontloken, héél véél grote, neen, eerder reusachtige villa’s verscholen daartussen. Huizen waar je met gemak een volledig Syrisch dorpje kan in onderbrengen, en die nu bewoond worden door, hopelijk meer dan, één generatie? Het voordeel van al deze architecturale pracht is dat er zo veel grond rond ligt, dat je het gevoel hebt in een bos te passeren, het nadeel is dat het, bijna, allemaal privé is. ..

Gelukkig is deze ravissante woonomgeving doorspekt met stukken die wel toegankelijk zijn voor het plebs, waartoe wij onszelf rekenen. We fietsten tot aan het fort van Brasschaat, niet toegankelijk voor bezoek, maar wel idyllisch gelegen aan een watertje, in het groen.

Foto door Bernard Castelein op Agentschap voor Natuur en bos

Ik vermoed dat het hier niet altijd zo idyllisch zal geweest zijn. Getuige ook de vele bunkers en tankkanalen in de buurt, en het militaire domein natuurlijk. Maar op dit moment in onze geschiedenis, coronatijd of niet, is dit een oase om ontspannen te fietsen. Slechts een fractie van de hoeveelheid fietsers die je in Gent en omstreken tegen komt, en veel pure natuur. Adem in en adem uit, al die bomen, de zon en het gekwinkeleer van de vogels, meer heb ik niet nodig.

Dat het deugd heeft gedaan.

LOLA

Uit mijn kot (Efkens)

Na drie weken volledige opsluiting in mijn kot werd deze duif gisteren gelost.

Drie weken waarin de buitenlucht enkel kon ingeademd worden door mijn open raam of in het beste geval van op mijn terras. Beter dan niets natuurlijk. Maar ik keek toch erg uit naar een ritje op mijn fiets, op gepaste afstand van iedereen, en in de buurt van mijn kot.

Vol enthousiasme trapte ik mijn stalen ros op gang, hierbij geholpen door de batterij😉

De zon was van de partij, de vogels kwetterden, en de bloesems barstten uit hun knop. En ik jubelde. We fietsten op plekken waar ik tot mijn schande nooit eerder kwam, ook al liggen ze vlakbij onze deur: de Gentbrugse Meersen, zó mooi. Vele jaren geleden maakte ik er een kleine wandeling, maar er is zóveel meer te ontdekken.

Na een vijftal kilometer maakte mijn enthousiasme plaats voor verbazing. Mijn lijf protesteerde. Na vijf kilometer, hallo??? Voelde ik weer die verdammte kortademigheid opkomen? In plaats van 50 km werden het er dus een kleine twaalf, en was ik blij in mijn zetel te kunnen ploffen.

Enfin, alle her(begin) is moeilijk. Laat ons daar van uitgaan.

Op de terugweg stopten we aan het raam van mijn moeder. Zij is opgesloten opgenomen in een WZC, sedert een goed jaar, en net zoals iedere andere bejaarde die is opgenomen, mag zij totaal geen bezoek meer ontvangen. Zij heeft een kamer op het gelijkvloers, zodat we eens aan haar raam kunnen kloppen en haar, vanachter glas, kunnen zien.

Mijn hart breekt iedere keer weer. Dat dappere vrouwtje van 91 jaar dat nu, in de winter van haar leven, helemaal alleen deze verschrikkelijke periode moet doorstaan. Ja, ik weet het, er wordt goed voor haar gezorgd, en ja elke zorgverstrekker doet zijn uiterste best, en ja, we kunnen haar telefonisch bereiken en dat doen we ook. Maar het is niet zoals het hoort te zijn. Niemand kan er iets aan doen, maar het snijdt en piekt en doet godverdomme zeer.

En in plaats van er hier verder op door te gaan wijd ik er een andere blogpost aan, later. Want dat verdient ze.

Lola misses her.

Lees verder “Uit mijn kot (Efkens)”

CORANTAINE CHRONICLES

Foto door cottonbro op Pexels.com

Dit is dag 13 van mijn quarantaine, en ik wil effe ventileren, zagen, ambetant zijn… ook al mag ik eigenlijk niet klagen. Neen, ik weet het, ik mag het niet, er zijn ontzettend veel mensen die het vele malen slechter hebben, maar mag ik even? Want ik ben deze opsluiting zo ontzettend beu. Je hebt er geen idee van, of misschien wel, misschien ben jij ook opgesloten?

Maandag 16 maart vertoonde ik symptomen van een infectie aan de luchtwegen, de huisarts besliste langs de telefoon dat ik best thuis bleef. Waar ik me eerst nog niet écht ziek voelde, veranderde dat geleidelijk in behoorlijk mottig tot ellendig. Zonder koorts, wel kortademig, hoesten, de hele reutemeteut. De verergering van symptomen zorgde voor een real time bezoek aan onze huisarts, die zich voor de gelegenheid had uitgedost in het vereiste maanpak. Er werden geen testen afgenomen, wegens een tekort op dat moment, maar de symptomen wezen allemaal in de richting van het C beest, en dus kwamen er bij die eerste week thuis nog twee extra weken bovenop. Veel protesteren heb ik niet gedaan want op dat moment was ik vooral blij dat ik terug naar bed kon. Slapen, veel veel slapen, dat was wat ik nodig had. En dat deed ik. Maar eens de kortademigheid na een week voorbij , kwam de realiteit van de quarantaine. Als je je ziek voelt heb je geen behoefte om te gaan wandelen of fietsen, boodschappen te gaan doen, of weet ik wat nog meer. Op dit moment moet ik nog verder genezen, maar ik zou best eens een toertje in de natuur willen maken, even in beweging zijn buiten, alleen kan dat helemaal niet, ik mag nog steeds geen stap buiten de deur zetten. Behalve dan op mijn terras. Thank God voor dit terras.

Ik mis mijn collega’s, de dagelijkse fietstocht naar en van het werk. Ik mis de dinsdagse, donderdagse en zondagse bezoekjes aan mijn hoogbejaarde moeder in het woonzorgcentrum. Nu hoor ik haar enkel nog via de telefoon. Ik mis de wekelijkse etentjes op woensdagavond met mijn zoon en nu en dan met mijn pleegzoon. Ik mis lange wandelingen en fietstochten in de natuur, een glas op café of een spaghetti in een brasserie. Ik mis zoveel, net zoals jullie zonder twijfel allemaal veel missen.

En ik merk dat al die dingen waar ik zogezegd nooit tijd voor had, niet gebeurden omdat ik géén tijd had. Want nu heb ik wel tijd, en gebeurt het nog niet. Ik spreek niet over de grote schoonmaak of het volgen van een intensief fitnessprogramma want dat kan ik nu helemaal niet, zo in optima forma ben ik nou ook weer niet.

Ik heb het over schrijven: dat boek dat ik zo graag wil realiseren. Daar heb ik nu de tijd voor, maar buiten een blog nu en dan komt er geen letter op papier hier… Heb ik daar nu een excuus voor? Neen. Tijd zat… Misschien het moment om onder ogen te zien dat dit een droom is die nooit zal gerealiseerd worden? Geen talent genoeg, geen inspiratie genoeg, geen…. Weet ik veel?

Bon, genoeg gezaagd.

Ik probeer verder deze periode dag per dag door te komen, en te genieten van kleine mooie dingetjes, zoals de nabijheid van mijn lief, de zon op mijn terras, zelf koken, een videogesprek met mijn broers en schoonzussen, appen met dochter en zoon…

Sorry dus voor dit ventilatiemoment.

Lola belooft dat het verder niet meer zal gebeuren 🙂

Keep it safe iedereen.

%d bloggers liken dit: